van Gogh

 

Zittend op het Van Goghplein te Zundert, begrijpt Namdries ineens waar hij zijn inspiratie vandaan haalde. Of eigenlijk: waar de architect zijn inspiratie vandaan haalde. Daar moesten ze over nagedacht hebben toen ze dit gebouw neerzetten. De kleur van de schaduw op de vele bakstenen die het gebouw rijk is doet hem denken aan het Drentse werk Boerderij met turfhopen. En dan de wenteltrap, die elegant opkomt vanuit de schaduw: die roept associaties op met de kronkelende lucht van het schilderij De Sterrennacht – perfect uitgevoerd in kwalitatief hoogwaardig metaal. Als Namdries zijn ogen sluit hoort hij Van Gogh’s penseel over het doek strijken. Hij voelt een erectie opkomen. Snel doet hij zijn ogen weer open. Het magische moment is weg. Namdries had altijd al gedacht dat hij een goede schilder zou zijn als hij überhaupt ooit een kwast zou aanraken. Het idee zinde hem zo zeer dat hij nooit zou gaan schilderen.

Hij staat op en kijkt nog eens naar het gebouw. ‘Perfect.’
 Als hij zijn hoofd naar rechts draait ziet hij een twintigtal druk gebarende Japanners die zich voor een klein huis verdringen. Hij loopt er naartoe en worstelt zich door de menigte. De schilder die binnen aan het werk is kijkt op en ziet een horde Japanners en een witte man in een te kort sportbroekje dat niets te raden overlaat. Onhandig zwaait hij naar de menigte. Namdries, die tegen het raam geperst wordt, probeert vergeefs terug te zwaaien. De Japanners geven geen krimp en staren bewegingloos in het atelier, waar de schilder is verdergegaan met zijn werkzaamheden. Dan, opeens, alsof er een seintje is gegeven, lopen ze weg en blijft Namdries alleen over. Nooit had hij in het echt een schilder aan het werk gezien en dat nog wel op het Van Goghplein. Zijn dag kan niet meer stuk. Hij steekt het plein over, werpt een laatste blik op het gebouw en loopt goedgemutst de winkelstraat in, zich niet bewust van zijn nog steeds in volle glorie aanwezige erectie.